Westerstraat 106

1015 MN Amsterdam

Blijkbaar heeft nog nooit iemand echt moeite gedaan uit te zoeken wie deze Leib geweest moet zijn.

Toch is er heel wat over hem te vinden.


Coenraadt Ludwig Leib werd geboren in 1769 te Berlijn. Wanneer hij naar Amsterdam in gekomen, is niet te vinden, maar wel, dat hij trouwde op 31 maart 1797 met Catharina van den Born uit Amersfoort (geb. in 1772).


Hij moet zich waarschijnlijk al een aantal jaren vóór 1797 in Amsterdam gevestigd hebben als orgelbouwer, want er zijn heel wat berichten over door hem gebouwde instrumenten te vinden. Hij overleed namelijk al op 6 november 1800, slechts 31 jaar oud.  Zijn adres was toen: Heeregracht bij het Coningsplijn.


Omdat Dietrich Nikolaus Winkel in 1800 waarschijnlijk nog in Lippstadt woonde, kan hij eigenlijk niet in de leer zijn geweest bij Coenraadt Ludwig Leib zelf. Wel moet de weduwe van Leib, Catharina van den Born het bedrijf voortgezet hebben.

Zij adverteerde in 1801 (5 mei):

L. van der Does was hoogstwaarschijnlijk dezelde als de Lambert van der Does die later in dienst blijkt te zijn gekomen bij Dietrich Nikolaus Winkel. Hij wordt namelijk als werkman genoemd in Winkel’s testament. Dit is dan dus de meest directe aantoonbare band tussen Leib en Winkel. Wie de andere van de in de advertentie uit 1801 genoemde twee oudste werklieden geweest zijn, is niet meer na te gaan, maar het lijkt niet waarschijnlijk, dat hiermee Winkel zelf bedoeld kan zijn. Hij was in 1801 misschien nog maar net in Amsterdam aangekomen. Een jaar later adverteert de Weduwe Leib (7 augustus 1802):

Het lijkt erop, dat de weduwe een soort uitverkoop hield van de ‘kunstige Muziekwerken’ die haar man gemaakt had. Van nieuwbouw was waarschijnlijk geen sprake meer, wel konden de twee oude werklieden de instrumenten onderhouden.

In hetzelfde jaar wordt een door Leib gebouwd instrument te koop aangeboden:

Als men de beschrijving van het instrument leest, zou men kunnen denken aan een orgelklok, zoals in de collectie van het museum in Utrecht, de zgn. Haydn-klok. Zie de afbeelding hiernaast. Dit instrument is niet gesigneerd, maar wordt in de catalogus van het museum wel als een Amsterdams instrument beschreven.

Met de ‘trommels’ worden de cilinders bedoeld, waarop de muziek is genoteerd.



Drie jaar later  (23 mei 1805) is er in een inboedelveiling te Amsterdam weer een ‘kunstwerk’ van Leib te koop:


“Een in waardy exelerende en zeldsaam voorkomende speelende Penanttafel, van exquise Inventie, door den beroemde Leib.”





Ruim twee jaar later (2 december 1807) overlijdt ook de Weduwe C.L. Leib op slechts 35 jarige leeftijd.


Zij blijkt dan inmiddels verhuisd te zijn naar het Rokin, waar korte tijd later (op 18 februari 1808) op de stoep voor het pand haar inboedel geveild zal worden:

Uit deze korte beschrijving van haar rijke inboedel, kan men opmaken, dat de ‘firma Leib’ in de korte tijd van zijn bestaan (maximaal 20 jaar?) goede zaken moet hebben gedaan. Ook hier wordt weer een ‘uitmuntend Kunststuk’ nader beschreven:


“Een met koste, moeite en kunst vervaardigde wit verlakte en vergulde Kolom, met een Orgel, Fluit, Horologiewerk en Cijlinder, geschikt tot alle aria’s.”


Gedurende de volgende decennia worden er tal van instrumenten gebouwd door Leib aangeboden:


7 juli 1813: “Een musikaal staand horologie van den beroemden konstmeester C.L. Leib.”


19 oktober 1821:

7 november 1837: “Een door den beroemden Leib vervaardigd mechaniek orgelwerk met 2 rollen.”


21 juni 1852: “Een mechaniek fluit-orgelwerk door den beroemden meester Leib, in secretaire met pendule en spiegel.”


26 mei 1854: “Een zuiver toongevend mechaniek fluit-orgelwerk door Leib.”


19 oktober 1855: “ Een magnifiek fluit-orgelwerk door den beroemden Leib, omvat in mahoniehouten kast.”


14 februari 1863: “Een mechaniek orgelwerk met 6 muzijkrollen door Leib.”


5 november 1863: “Een magnifique fluit-orgelwerk door Leib.”


17 oktober 1865: “Een mechanique speelwerk door den beroemden Leib, met uurwerk.”


18 oktober 1866: “Een fluit-orgelwerk door den beroemden Leib.”


Hoewel de beschrijvingen erg summier zijn en in sommige gevallen dezelfde instrumenten kunnen betreffen, moet Coenraadt Ludwig Leib lange tijd beroemd zijn gebleven dankzij de talrijke bijzondere muziekautomaten die door hem gebouwd zijn.

Een van de “twee oudste werklieden” was L. van der Does. Op 3 maart 1806 adverteert hij:

De datering van dit stuk is in ieder geval van voor 1810 (toen Michaelis overleed). Het instrument werd in de beschrijving van 1865 duidelijk omschreven als gebouwd door Leib, maar er is thans geen signatuur meer op te vinden. Als het in de werkplaats van Leib is gemaakt, is het dus te dateren van voor 1808; is het door Leib zelf gemaakt, dan is het van voor 1800. Maar veel ouder kan het niet zijn gezien de hoge kwaliteit van het snijwerk. Het lijkt moeilijk voor te stellen, dat Michaelis het beeld gemaakt kan hebben voor zijn 20e levensjaar. Dan moet het dus tussen 1795 en 1800 gedateerd worden.


Coenraadt Ludwig Leib was verreweg de voornaamste bouwer van automatische orgels voordat Winkel hier actief was. Het is niet onwaarschijnlijk, dat Winkel na de dood van Leib door zijn weduwe in dienst werd genomen en zo het vak heeft geleerd. Mogelijk heeft Winkel vervolgens in 1808 de gereedschappen en materialen uit de inboedel van de weduwe opgekocht, en heeft hij de oud-werklieden van Leib (zoals Lambert van der Does) in dienst genomen. Omdat het vroegst door Winkel gesigneerde instrument uit 1810 stamt, lijkt dit niet onaannemelijk.


Het is al met al het meest waarschijnlijk, dat de in het museum aanwezige cilinders en het daarbij behorende instrument niet door Winkel, maar door Leib gemaakt zijn. De sonate van J.W. Wilms op een van de cilinders zou dan de sonate uit 1793 kunnen zijn. In dat geval zou deze zeker niet door Winkel gemaakt kunnen zijn. Nader onderzoek zal een en ander wellicht kunnen verduidelijken.


Behalve een leermeester genaamd Leib wordt er in ‘de literatuur’ ook een opvolger van Winkel genoemd: een zekere Dolman. Ook wie hij was, wordt nergens uit de doeken gedaan. Wie was deze Dolman?

Een van de boven beschreven instrumenten blijkt gelukkig bewaard te zijn gebleven!!

Het is al meer dan een eeuw lang een van de pronkstukken van Waddesdon Manor in Engeland. Het werd verkocht op een veiling in Amsterdam 1865 en in 1869 in de werkplaats van Imhof en Mukle te Londen gerestaureerd voor Baron de Rothschild. Het instrument bevat drie rijen orgelpijpen, die door twee sets van 27 toetsen bespeeld kunnen worden.

Het uit hout gesneden beeld is van de fluit-spelende Orpheus. Rondom de zuil met de klok kruipt een slang omhoog. Het beeld is gesigneerd door de Amsterdamse beeldhouwer H(endrik) C(arel) Michaelis, die leefde van 1775 tot 1810. Ook het andere snijwerk zal van diens hand zijn.

Hopelijk kunnen door verder onderzoek nog meer instrumenten van Leib teruggevonden of geïdentificeerd worden.