De Pianola

Rond 1900 doet de pianola zijn intrede. Aanvankelijk als apart voorzetapparaat, korte tijd later ingebouwd in pianos of vleugels. Het pneumatisch werkende apparaat maakt het mogelijk de piano (ook) vanzelf te laten spelen. De muziek is vastgelegd in rollen van papier met het muziekpatroon in de vorm van gaatjes daarin geponst.
De met de handen en voeten bediende controle-mechanismen maken het mogelijk de expressie te beheersen, zodat een muzikale uitvoering mogelijk is.

De Reproduktiepiano

Bij de volautomatische vorm van de pianola, de reproduktiepiano, wordt de uitvoering van de pianist, die de opname maakte, geheel automatisch nagespeeld. Bij rollen voor de reproduktiepiano waren de 'masterrollen' zorgvuldig gemaakte opnamen van het spel van een pianist. Hiervoor hadden de fabrikanten speciale opname-apparaten geconstrueerd die verbonden waren met de piano of vleugel waarop werd gespeeld. De pianola had wereldwijd een groot succes, vooral als bron van muziek in huis. Tot het verval van de industrie in de crisistijd van de dertiger jaren van de 20e eeuw moeten naar schatting in totaal zo'n 2 miljoen exemplaren van beide typen instrumenten zijn gebouwd. Het gezamenlijke repertoire van de vele verschillende fabrikaten en typen behelst vele tienduizenden titels, vaak in tal van verschillende uitvoeringen.