Westerstraat 106

1015 MN Amsterdam

Het belangrijkste werk over Winkel en zijn Componium is ongetwijfeld de studie van Ph. J. van Tiggelen: Componium, The mechanical musical improvisor, die in 1987 werd gepubliceerd.

Hij heeft daarvoor zeer veel archieven en bibliotheken geraadpleegd, en wel in een tijd, dat het internet nog geen hulpmiddel bij historisch onderzoek was.


Inmiddels zijn veel archieven en bibliotheken deels digitaal toegankelijk, wat het mogelijk maakt zelfs op een degelijke studie als deze allerlei aanvullingen te vinden.


Interessante details die niet in het boek van Van Tiggelen ter sprake komen zijn:


De gegevens over (Coenraadt Ludwig) Leib (zie andere pagina).


Op 5 december 1824, ongeveer een jaar na de aankomst van het Componium in Parijs, werd aan Winkel tijdens de 91e Séance Publique van de Athénée des Arts te Parijs een medaille uitgereikt. In de beschrijving van de nalatenschap van Winkel is sprake van ‘een zilvere medaille met goud gemonteerd’ welke werd ‘getauxeerd’ op fl. 5,-.


Het Componium was eerst ruim een jaar lang te zien in het Pavillon Wenzel aan de Rue de l’Echiquier no.36. Daarna werd het verplaatst naar een salon van de gebroeders Langlet, exploitanten van een restaurant en een ijssalon, in het Maison Beauvilliers (Rue de Richelieu). Dat was tenminste van 5 maart tot 9 juni 1826.


Een van degenen die nog geld tegoed hadden van Winkel na zijn dood was J. Rauscher’ voor het zetten van muzyk’. Dit was de componist Jacob Rauscher (1771- Amsterdam, 1834), die evenals Winkel, Leib, J.W. Wilms en anderen in de kring van mensen rond Winkel uit Duitsland afkomstig was. Van hem zijn allerlei bewerkingen van operamuziek voor twee violen, viool en klarinet, enz. in druk uitgegeven. Deze bewerkingen leenden zich waarschijnlijk ook goed voor het noteren ervan op een orgelcilinder. Rauscher componeerde ook variaties op de Alexandermarsch. Op een van de cilinders voor het Componium staat de Alexandermarsch met variaties door Ignaz Moscheles. Dit lijkt niet helemaal toevallig.


De eveneens in 1826 als ‘schuldeiser’ van Winkel genoemde J. of J.D. Meister (Amsterdam, 1798-1867) was, evenals zijn vader “muzikant’. Hij kreeg nog geld van Winkel ‘voor ‘t steken van muzykrollen’.


Op 28 februari 1829 werd bericht, dat het Componium geveild zou gaan worden. Het instrument zou voor die tijd nog drie dagen te bezichtigen zijn.


Merkwaardig genoeg noemt Van Tiggelen als beroep van de buurman van Winkel op de Reguliersgracht, Zeeger Deenik: ‘wever’, terwijl toch ook uit de stukken betreffende de nalatenschap blijkt, dat deze timmerman was. Omdat ook Zeeger Deenik nog geld van Winkel kreeg, is het goed mogelijk, dat hij meewerkte aan de bouw van een aantal instrumenten van Winkel. De firma Zeeger Deenik (en zonen) groeide later uit tot een groot bouwbedrijf, dat nog steeds bestaat. Het archief van deze firma (voornamelijk vele bouwtekeningen van Amsterdamse huizen) is in het Amsterdamse Stadsarchief beland. Helaas gaat dit archief niet terug tot de tijd van Winkel.


Heel merkwaardig in het boek van Van Tiggelen zijn de afbeeldingen van het huis van Winkel aan de Reguliersgracht.

Hoewel Van Tiggelen schrijft, dat het huis niet meer bestaat, was een inspectie ter plaatse voor een Amsterdammer een kleine moeite, en dus ook in het kader van dit kleine onderzoek uitgevoerd. De plaats waar het huis gestaan moet hebben bleek echter aan de hand van de afbeeldingen in het boek totaal onvindbaar. De afbeeldingen bleken bovendien in de Beeldbank van het Stadsarchief (zoekterm Reguliersgracht) geheel te ontbreken. Dit terwijl het duidelijk om 18e en 19e eeuwse tekeningen gaat, die aldaar toch niet zomaar ‘vergeten’ of ‘zoekgeraakt’ kunnen zijn. Kortom, een puzzel die opgelost moest worden.

De bovenste tekening laat een brug zien over een gracht die veel breder is dan de Reguliersgracht. De twee huizen ter weerszijden van de zijstraat van de gracht staan met de zijkant naar de gracht gekeerd. Dit komt maar heel zelden in Amsterdam voor. Het stadsbeeld moest dus redelijk gemakkelijk te identificeren zijn. Na inspectie van veel oude foto’s en vooral het bekende Grachtenboek van Caspar Philipsz bleek het om de Keizersgracht te gaan, ter hoogte van de Herenstraat! Merkwaardig genoeg waren deze afbeeldingen ook niet op dit adres in de Beeeldbank te vinden. Toch ‘vergeten’ of ‘zoekgeraakt’?

Het oude huisnummer van Winkel op de Reguliersgracht was 27. Gedurende de 19e eeuw is de nummering op deze gracht gewijzigd. Nummer 27 werd nummer 53. Daar staat nog steeds een oud pand, wellicht nog niet eens zo heel veel veranderd sinds Winkel er woonde! De huisnummers 57/59, 61en 63 staan bekend bij Monumentenzorg als de ‘Deenik panden’, inderdaad dus de buurman van Winkel, die later nog de belendende panden erbij kocht en op deze plek nieuwe panden bouwde, die inmiddels de status van monument gekregen hebben.

Het zou mooi zijn als er op het oude woonhuis van Winkel een plaquette zou worden aangebracht ter herinnering aan deze zeer bijzondere Amsterdammer:

Hier woonde Dietrich Nikolaus Winkel (1777-1826), uitvinder van de Metronoom en van het Componium.

Het huis van

Winkel

Het huis van

Winkel