Iedereen kan inspreken of een raadsadres indienen!


Het kan het beste nog deze week (voor de vergadering van de Bestuurscommissie Stadsdeel Centrum) van dinsdag 9 januari 21.00 u. Wie wil kan natuurlijk ook zelf naar het Stadhuis komen.

Verzamelen om 20.45 bij de ingang aan de Zwanenburgwal.


richt anders uw mail aan: bestuursondersteuning.sdc@amsterdam.nl


Daarna is er een vergadering van leden van de gemeenteraad op donderdag 11 januari (09.00 uur) van de Raadsommissie Jeugd en Cultuur.

Ook daar kan men inspreken of een raadsadres indienen:


hier de link om dit online te kunnen doen:


https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/gemeenteraad/contact/basismailforms/formulier_raadsadres/


Geachte leden van de Bestuurscommissie Stadsdeel Centrum en van Gemeenteraad,


Graag vragen wij uw aandacht voor de precaire situatie, waarin het Pianola Museum door het gemeentelijk vastgoedbeleid dreigt te geraken.


Wij hebben kennis genomen van de nieuwe vastgoed-strategie, die de gemeente enkele jaren geleden heeft vastgesteld. Panden die geen "gemeentelijk beleidsdoel" dienen mogen worden afgestoten.


Het Pianola Museum huurt al bijna 25 jaar een voormalig politiebureau (in de Westerstraat). Toen wij het pand betrokken, was het na de sloop van het interieur vervolgens ruim twee jaar bezet geweest door krakers. Het museum heeft in de afgelopen 25 jaar zeer veel geïnvesteerd om het pand voor het gebruik als museum geschikt te maken. De bestemming voor het Pianola Museum is zeer passend voor het pand. Het is gesitueerd tussen de twee locaties waar ooit muziekrollen voor deze instrumenten werden vervaardigd (Hollandia aan de Lijnbaansgracht 56 en Euterpe aan de Prinsengracht 263, het huidige Anne Frank Huis). Het dateert (gebouwd in 1905) uit de bloeitijd van de automatisch spelende piano (1900-1930). Het biedt ook voldoende ontwikkelingsmogelijkheden om het museum in de toekomst op een ideale wijze te kunnen huisvesten. Het museum heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een unieke plek die de sfeer ademt van het Fin de siecle waarin de Art Nouveau, de Amsterdamse School en vervolgens de Art Deco tot ontwikkeling kwamen. Het museum heeft naast vaste tentoonstelling met muzikale rondleidingen meer dan 120 concerten per jaar, met raakvlakken met tal van aspecten van de cultuur van de eerste helft van de 20e eeuw. Het museum wordt door de bezoekers uit binnen- en buitenland zeer hoog aangeslagen. Het museum heeft dankzij de inzet van (momenteel al meer dan 30) vrijwilligers in de loop der jaren zijn openstelling steeds kunnen verruimen en trekt steeds meer bezoekers. Het werkt sinds ongeveer een jaar samen met het Museum Geelvinck (in Zutphen), dat een bijzondere collectie historische piano's en andere muziekinstrumenten beheert. Doordat het subsidiebeleid van de gemeente Amsterdam steeds meer 'dichtgetimmerd' is, is er voor de kleinere erfgoedinstellingen geen financiële ruimte meer. Dat betekent vanzelfsprekend niet, dat het museum niet een belangrijk maatschappelijke en culturele waarde zou hebben. Het museum heeft dan ook in de afgelopen twee jaar van diverse fondsen steun gekregen voor allerlei verbeteringen, onder andere: het Mondriaan Fonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds, het VSB Fonds, het Virtutis Opus Fonds, de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen (Afd. Amsterdam), de Stichting Zabawas.


Omdat wij van de gemeente de zekerheid wilden krijgen, dat wij het pand waarin het museum gevestigd is, van de gemeente zouden kunnen blijven huren op voor ons haalbare voorwaarden, hebben wij al geruime tijd geleden B&W meermalen gevraagd ons deze zekerheid te geven. Enkele dagen geleden (na bijna zes maanden) kregen wij pas antwoord op deze dringende vragen:


B&W zegt weliswaar begrip te hebben voor onze bezorgdheid, maar stelt zich niettemin op het standpunt, dat het pand binnenkort op de vrije markt aangeboden zal gaan worden en vervolgens verkocht zal worden aan de hoogstbiedende. Het museum is niet draagkrachtig genoeg om tegen grote projectontwikkelaars op te bieden. Het feit, dat de koper het pand zal moeten aanvaarden met de 'zittende huurders' biedt ons natuurlijk geen enkele zekerheid voor de toekomst.


De afdeling gemeentelijk vastgoed heeft naar eigen zeggen o.a.de verantwoordelijkheid om op creatieve en ondernemende wijze bij te dragen aan het inzetten van vastgoed als instrument om ontwikkelingen in een buurt mogelijk te maken of aan te jagen”, waartoe zij onder andere rekent “het faciliteren van de maatschappelijke huisvestingsbehoefte"(zie: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/organisatie/ruimte-economie/gemeentelijk/).


Het Pianola Museum valt onmiskenbaar onder de organisaties die door de gemeente gekoesterd zouden moeten worden en waarvoor de gemeente dus de huisvestingsbehoefte zou moeten (blijven) faciliteren.


Het museum huurt het pand al 25 jaar van de gemeente. Wij hebben het pand dat in desolate toestand aan ons werd opgeleverd geheel met eigen middelen in ere hersteld en geschikt gemaakt voor de huisvesting van het museum. Het pand biedt ruime mogelijkheden voor een goede ontwikkeling van het museum in de komende 25 jaar.


Wij willen graag het aanstaande 25-jarige jubileum van het museum op een feestelijke manier onder de aandacht kunen brengen, en niet met het alarmerende bericht, dat de gemeente van plan is de toekomst van het museum te ondermijnen door de verkoop van het pand aan een 'marktpartij'. Deze zal waarschijnlijk alleen interesse hebben in de aankoop van het pand als zij dit op een lucratievere manier zal kunnen gaan exploiteren. Het museum kan tot nu toe nog alle kosten uit eigen inkomsten opbrengen. Gevreesd mag worden dat een nieuwe eigenaar binnen korte tijd de huur zozeer zal opvoeren, dat een kostendekkende exploitatie van het museum niet meer haalbaar zal zijn. Omdat het museum niet over de middelen beschikt om een gedwongen verhuizing en herinrichting te kunnen bekostigen, zal daarmee al het werk van 25 jaar volledig teniet gedaan worden. Het museum zal niet alleen zijn deuren moeten sluiten, maar ook geen enkel toekomstperspectief meer hebben.


Wij doen daarom een dringend beroep op de leden van de Bestuurscommissie / de Gemeenteraad een oproep met de hierna volgende strekking aan het college te doen:


De bestuurscommissie c.q. de gemeenteraad, overwegende dat


het Pianola Museum sinds 25 jaar op passende wijze gehuisvest is in het voormalige politiebureau aan de Westerstraat;


het museum al die tijd huur heeft betaald aan de gemeente, vrijwel zonder gebruik te kunnen maken van gemeentelijke (exploitatie)subsdies;


het museum wel een lange reeks van jaren subsidie heeft mogen ontvangen van het Stadsdeel Amsterdam Centrum, de laatste jaren uit het 'Cultuurbudget', wat betekent dat het museum voor de gemeente wel degelijk een beleidsdoel dient;


het museum in 2017 al voor 94% in zijn eigen inkomsten voorziet, en dus ook blijk geeft van goed cultureel ondernemerschap, waar de norm voor gesubsidieerde instellingen in het gemeentelijk Kunstenplan op maar 25-30% ligt.


het museum het pand op eigen kosten hersteld heeft en geschikt gemaakt heeft voor de huisvesting;


andere culturele instellingen in de stad die buiten het Kunstenplan vallen eveneens gemeentelijke panden in gebruik hebben, die voorzover ons bekend is niet in de verkoop gaan;


het museum voldoende ontwikkelingsmogelijkheden in het pand heeft voor de komende decennia;


het museum al jaren een kostendekkende exploitatie heeft;


het museum ook in de toekomst zichzelf zal kunnen bedruipen als wij niet gedwongen zullen zijn het pand te verlaten;


het museum niet zomaar kan beschikken over voldoende middelen / kredieten om een voldoende hoog bod uit te kunnen brengen;


het museum een omvangrijke en (ook internationaal) weergaloze collectie beheert met talloze voor de 'collectie Nederland' unieke instrumenten, meer dan 30.000 muziekrollen, een grote collectie documentatie en tal van andere onvervangbare objecten;


het museum daarmee in feite een kleinschalig maar uniek 'topinstituut' is;


het museum een steeds groeiende groep bezoekers trekt uit binnen-en buitenland, waaronder vanzelfsprekend vele liefhebbers van muziek- en cultuurhistorie;


het museum ook voor de gemeente een veel hogere waarde vertegenwoordigt dan de mogelijke opbrengst van het pand;


verzoekt het College van B&W dringend te voorkomen, dat het pand op de vrije markt aangeboden en aan de hoogstbiedende verkocht zal gaan worden


en


met het museum in overleg te gaan op welke wijze het pand in de toekomst aan het museum overgedragen zal kunnen worden.


Hopende op de steun van de Bestuurscommissie / de Gemeenteraad in deze alarmerende situatie,

tekenen wij,


K.P.J. Janse (conservator)


Y.P. Verschoor (directeur)


Mede namens het bestuur van de Stichting Nederlands Piano Museum (opgericht in 1981), alle sympathisanten, bezoekers, medewerkers en vrijwilligers.